Net als Amsterdam is Harlingen eigenlijk een grachtenstad. De kooplieden van vroeger die hun schaapjes zo snel mogelijk op het droge wilden hebben, zagen hun scheepjes graag voor de deur liggen om de zaken zo overzichtelijk mogelijk te maken.
Hoewel er in Harlingen nog water genoeg is, ontdek je al wandelend dat er ook veel is verdwenen. Op de Schritsen bijvoorbeeld. Het is een straat die eigenlijk te breed is. Je voelt dat er iets aan mankeert. Hier hebben vroeger bootjes gelegen, dat kan niet anders en zo zijn er nog wel een paar plekken.
Te voet door Harlingen begint bij de VVV in de Voorstraat, die dit keer liefst drie routes beschikbaar heeft. Een in de voetsporen van de hier geboren schrijver Simon Vestdijk, een die vooral is gericht op het historisch centrum en de vestingwerken en de derde die meer algemeen is. Gretig koop ik ze alledrie. Niet dat ik er de conditie nog voor heb, maar ik heb geleerd dat verschillende wandelingen elkaar altijd ergens overlappen en door listig wat zijstraatjes in te slaan kom je meer te weten dan wanneer je het bij een beschrijving zou laten.
Rode loper
Het begin is simpel, want tegenover het VVV-kantoor bevindt zich het raadhuis met zijn vermaarde toren. De voorkant ligt aan de Noorderhaven waar tevens de rode loper is uitgelegd. Binnen zal wel een trouwpartij aan de gang zijn en de buren die buiten wachten om de bruid te zien, zijn dan ook volop aanwezig. Ik ga de andere kant echter weer op om via de St. Odolphisstaat op de Lanen te geraken. Ook daar is het feest. In een tuin prijkt een bord waarop wordt verteld dat Jenny 40 jaar is geworden. Er hangt een foto bij, zodat ik zonder de geringste twijfel weet dat de dame die ik in de huiskamer bezig zie, de jubilaris is. Aanbellen om te feliciteren lijkt mij wat overdreven. Het is ook te vroeg op de dag voor een borrel. Doorlopen dus maar. Om de hoek op de Kleine Bredeplaats stuit ik opnieuw op Jenny. Ditmaal bij de fotowinkel die ook geen geheim van de heuglijke gebeurtenis maakt. Ik vind het geen slecht begin.
Heel de oude binnenstad was vroeger omgeven door havens. Op een kaart van 1570 in een van de folders is het nog precies te zien. In 1500 werd door Albrecht van Saksen een kasteel gebouwd als dwangburcht. Het diende verschillende doelen. In de eerste plaats moest het de plaatselijke bevolking in toom houden, want die toonde nogal eens oproerige trekjes. Verder fungeerde het blokhuis als bevoorradingspost voor de legers te velde en in de derde plaats kon door de ligging aan de haven de scheepvaart goed in de gaten worden gehouden. Later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, moest Harlingen een echte vesting worden. Dat gebeurde ook, al kwam het nooit tot een belegering.
Van de oude verdedigingswerken is weinig meer over, al kan je toch nog steeds een idee krijgen van hoe het vroeger was. Vooral door de oude panden en pakhuizen die Harlingen in tijden van grote voorspoed naam brachten en er nog steeds prima bij staan. Het pand Zuiderhaven 2 bijvoorbeeld met twee schitterende trapgevels. Of het pakhuis met zadeldak op de hoek van de Vismarkt en de Grote Bredeplaats. Horeca heeft zich erin gevestigd en dat is een juiste bestemming. En de Gouden Engel, het oudste bakstenen huis van de stad uit 1596.
Morbide zaken
Als u belangstelling voor morbide zaken heeft, moet u ook maar even langslopen bij het adres Noorderhaven 29, waar dominee Johan Barger in 1894 op gruwelijke wijze zijn dienstmeisje vermoordde. Toen is ook het liedje ontstaan van 'Tarara-boem-diee, de blikken dominee'. Je hoort het niet meer. Andere gruwelen vragen onze aandacht.
Dwalend door Harlingen tref je uiteraard overal schepen. Ik krijg steeds meer de indruk dat het een beetje uit de hand gelopen is. Onder het mom van nostalgie en met de lekker klinkende naam 'bruine vloot' wordt ieder beschikbaar schip opgekalefaterd tot iets met een zeil, dat voor historisch moet doorgaan, maar het allerminst is. Misbaksels zijn het vaak en je hoeft geen nautisch oog te hebben om dat te merken. In de zomermaanden zie je ze vol vrolijk vertier als een nog steeds groeiende vloot dobberen op het IJsselmeer en de Waddenzee en dan voel ik me diep bevrijd omdat ik niet aan boord ben. We spreken hier overigens uiteraard niet over een typisch Harlinger probleem. De wildgroei rukt overal op.
Simon Vestdijk zal er nog wel geen last van hebben gehad. De schrijver (1898-1971) had een wat vreemdsoortige carrière. Eerst was hij (scheeps)arts, later wilde hij componist worden, om ten slotte de pen op te pakken voor een oeuvre van liefst 30.000 pagina's. Zijn romanfiguur Anton Wachter is in Harlingen in een beeldje vereeuwigd op de kruising van de Simon Stijlstraat en de Voorstraat. Hij staat er wat beduusd bij en dat hoort ook zo, want het was geen vrolijk baasje. Simon Vestdijk, die zichzelf voor een groot deel in Anton Wachter portretteerde, was dat ook niet. Hij werd als kind veel gepest en dat vind je in zijn boeken terug. Vroeger nam ik nog wel eens een werk van Vestdijk ter hand, maar ik word er steeds minder vrolijk van en dan moet je oppassen als je ouder wordt.
Maar in zijn voetsporen wandelen kan geen kwaad. Zijn geboortehuis staat er nog en ook elders in de stad wordt zijn naam nog uitgedragen, al was het alleen maar aan de Simon Vestdijksingel bij het station. Daar vindt u trouwens ook het Ina Dammanpad.
Geheel aan de andere kant van de stad - en in alle drie de wandelingen opgenomen - is er ook water in de Zoutsloot met die mooie bruggetjes die allemaal een naam dragen. Het is een beetje het Giethoorn-idee. Aan het eind van de Zoutsloot ben je zo in de Engelse tuin voor een kleine wandeling. En voor de duidelijkheid uiteraard, grenst ook deze plek weer aan het water.
Auteur: Nico van der Zwet Slotenmaker / Foto's: Joop Fenstra
|